Voor begeleiders van taalstimulerende initiatieven

Tips voor jouw activiteiten

Hallo moni’s, taalcoaches, begeleiders,... Fijn dat jullie met kinderen of jongeren rond taal gaan werken! Het geeft de Nederlandse taal een positievere waarde en meertaligheid zal als een vanzelfsprekendheid gezien worden. Het is niet jullie taak om taalles te geven en ervoor te zorgen dat de kinderen op school mee kunnen, maar jullie kunnen hen wel een duwtje in de rug geven!
kinderen vrije tijd

Organisatie en werkwijze

Zorg voor een vast contactmoment met de ouders

Een goede samenwerking tussen de begeleider en de ouders heeft een positieve impact op de motivatie van de kinderen. Zo kan je bijvoorbeeld elke morgen koffie en thee voorzien en de ouders uitnodigen om even te blijven. Zorg er ook voor dat je herkenbaar bent, door bijvoorbeeld een badge of opvallende T-shirt te dragen.

Werk in kleine groepjes

Om elk kind voldoende oefenkansen Nederlands te geven, werk je best in kleine groepjes. Het ene kind reageert spontaner dan het andere. In kleine groepjes krijgt elk kind automatisch meer kansen dan in grote groepen.

Visualiseer alle activiteiten

Maak alle spelen en instructies duidelijk aan de hand van visueel materiaal. Bereid dit goed voor. Zo begrijpt iedereen wat er verwacht wordt, ook al begrijpen ze de taal niet. Dat kan op verschillende manieren: een actie uitbeelden, gebaren of mimiek gebruiken, afbeelden of filmpjes tonen,...

Zorg voor structuur

Je kan structuur aanbrengen in zowel de dagindeling als in de thema's waarrond je werkt. Het dagelijks startmoment met de ouders kan bijvoorbeeld al een houvast bieden voor de kinderen. Werk je elke week rond een concreet thema, bijvoorbeeld 'het weer'? Zorg dan elke dag voor een focus op een deelaspect, zoals 'de zon' op maandag, 'regen' op dinsdag, 'wolken' op woensdag,... Visualiseer dit op een prikbord in het lokaal waar je 's morgens de kinderen (en ouders) onthaalt.

Geef jongeren zelf verantwoordelijkheid

Probeer de jongeren zelf verantwoordelijk te maken en te motiveren voor regelmatige deelname aan de activiteit. Hebben alle jongeren een smartphone? Zet een WhatsApp-groep op waarin je met de jongeren kan communiceren of waarin ze onderling kunnen praten. De jongeren kunnen ook in de groep op zoek gaan naar een 'buddy' om 's morgens en 's avonds samen naar de activiteit te wandelen of te fietsen. Laat de jongeren ook een alarm programmeren in hun smartphone, om hen eraan te herinneren wanneer ze verwacht worden of maak een blitse folder met de dagen en uren erop.

Taal

Toon interesse

Een taal leren gaat beter in een omgeving waar je je goed voelt. Reageer op de verhalen van de kinderen door extra vragen te stellen. Open vragen zijn meer taalstimulerend dan gesloten vragen. Zijn er kinderen die eerder verlegen zijn? Dan kan je bijvoorbeeld zelf starten met iets te vertellen en af en toe gesloten vragen te stellen. Zo creëer je een vertrouwde omgeving.

Vraag aan jongeren ook eens hoe iets gezegd wordt in hun moedertaal, of in een contacttaal als Frans of Engels. Zo stimuleer je het bezig zijn met taal. Laat de jongeren tijdens een kookactiviteit bijvoorbeeld de ingrediënten in hun taal benoemen en leg telkens de link naar het Nederlands.

Spreek duidelijk Nederlands

Praat op een natuurlijke manier, zonder al te veel te vereenvoudigen. Vermijd zeker het gebruik van dialect of beeldtaal. Het is de bedoeling dat de kinderen en jongeren veel nieuwe woorden en uitdrukkingen horen. Je kan dit bijvoorbeeld visueel ondersteunen door middel van tekeningen, symbolen, gebaren, voorwerpen,... Begrijpen ze een woord niet? Dan kan je het uitleggen waardoor ze het woord door de context begrijpen. Probeer zo weinig mogelijk te vertalen. Ga regelmatig na of de kinderen de boodschap begrijpen.

Toon geduld

Spreek langzaam en geef het kind tijd om te reageren. Neem het woord niet te snel over.

Werk aan de spreekdurf bij jongeren

Groepsdruk kan heel remmend werken bij tieners. Ga er actief mee aan de slag door bijvoorbeeld voor individueel contact te zorgen met elke deelnemer of door een wedstrijdje ‘om het meest Nederlands spreken’ in te voeren.

Taalfouten verbeteren?

Als begeleider moet je taalfouten van kinderen niet negeren, maar let erop dat je de fouten niet expliciet verbetert. Als je dat wel doet, loop je het risico dat je een goed contact met het kind verliest. Verstop de juiste vorm in jouw reactie of vraag. Op die manier pikt het kind ook de juiste vorm op en toon je tegelijkertijd interesse.

Bij jongeren is het soms nodig om expliciet te gaan bijsturen. Doe dat op een ludieke manier. Als je ze bijvoorbeeld systematisch de meisje en het vork hoort zeggen, stimuleer je ze om het juiste lidwoord te gebruiken. Elke keer dat ze, in de volgende twee uren, het foute lidwoord gebruiken, zet je een stipje op hun hand.

Gebruik van thuistalen

Straf een kind niet als het zijn thuistaal spreekt, maar motiveer het om Nederlands te spreken. Als begeleider kan je bij een groepje kinderen aansluiten en een interessant gesprek in het Nederlands starten. Ze kennen jou als de persoon die Nederlands spreekt, dus als jij een gesprek start in het Nederlands, is de kans groot dat ze er in het Nederlands op ingaan. Ga niet enkel bij de kinderen staan als je wil dat ze Nederlands praten, doe het ook op andere momenten.

Hoor je kinderen onderling een andere taal dan het Nederlands spreken? Dan hoef je hier niet op te reageren. Ze krijgen op andere momenten voldoende Nederlands te horen. Het is voor hen onnatuurlijk om Nederlands te spreken als ze dit thuis of in hun buurt onderling niet doen. Als een kind zich echt niet goed voelt, geef je het best ook de ruimte om zich zijn eigen taal uit te drukken. Emoties verwoord je het best in je moedertaal.

Kris vanden Brande (Centrum voor Taal & Onderwijs, KU Leuven) maakte een synthese op basis van het onderzoeksgebaseerde artikel over taalstimulerende conversaties met jonge kinderen van Hadley, Newman & Mock (2020). Lees de volledige synthese.

  1. Maak meer tijd voor conversatie
  2. Praat over onderwerpen die de kinderen interesseren
  3. Vraag door: ga van 3 naar 5 naar 7
  4. Durf gesprekken te voeren die het denken stimuleren
  5. Geef kleuters de kans om te luisteren én spreken
  6. Laat ook kinderen het onderwerp van gesprek bepalen
  7. Ga tolerant om met andere talen
  8. Zet kinderen in kleine groepjes via uitdagende taken en opdrachten aan het denken en praten
  9. Woorden beklijven door herhalen
In het filmpje van Alaboemsasa leer je meer over taalstimulering en omgaan met meertaligheid in het spel en met de ouders
Meertaligheid in beeld
Tips voor het stimuleren van de taalontwikkeling bij kinderen van 8 tot 10 jaar
Tips over het stimuleren van de taalontwikkeling bij een peuter
Nuttig materiaal
  • Zomerprikkels: 10 losstaande activiteiten van diverse aard, zoals kennismakingsactiviteiten, knutselactiviteiten, een groepsspel, drama-activiteiten, werken met een prentenboek en uitstappen.
  • Trek je talige schoenen aan: projectboek over vrijetijdsinitiatieven voor kinderen van 7 tot 12 jaar. Je vindt er informatie over taalverwerving en interactie en voorbeeldactiviteiten.